Veelgestelde vragen

Afspraken maken over duurzaam, toekomstbestendig woningen bouwen kan veel vragen oproepen. We leggen u graag uit hoe het zit en wat de kracht van de convenanten is. Lees hier alle veelgestelde vragen en antwoorden:

Ja, dit kost een beetje extra tijd. In de nabije toekomst moeten woningen duurzaam zijn, volgens de afspraken die er zijn gemaakt vanuit de energietransitie. Het achteraf duurzaam maken van woningen is altijd tijdrovender dan dit vooraf te regelen. Vanuit het convenant en het platform toekomstbestendigbouwen.nl ontzorgen we u met allerlei standaard documentatie. 

Duurzame woningbouw zorgt er bovendien voor dat uw CO2-uitstoot daalt en uw organisatie de klimaatdoelstellingen op dat vlak sneller haalt, zodat u meer ruimte heeft om te bouwen of andere activiteiten door kunt laten gaan.  

We vragen u allereerst open te zijn over uw projecten nu en in de toekomst, in wat er al wel volgens de duurzame/toekomstbestendige afspraken gebeurt en wat nog niet lukt. Wat ook kan is dat we uw projecten doorrekenen als u nog niet zo’n goed beeld hebt van hoe duurzaam u nu bouwt. Verder bieden we expertsessies en advies om uw organisatie te helpen bij het uitvoeren van duurzame woningbouw. Om die sessies goed in te kunnen vullen hebben we ieders input nodig. Daarnaast vragen we u mee te doen aan de evaluatie en monitoring die we opzetten. Daarmee krijgen we goed zicht op de knelpunten.  

Op de korte termijn gezien kost duurzame woningbouw soms meer. Het is echter van belang om naar de totale levensduur van een woning te kijken. De WUR heeft onderzoek gedaan naar de Total Cost of Ownership. Deze is bij duurzame woningbouw lager. Duurzaam bouwen betekent dat u aan de voorkant wel een grotere investering doet, maar die verdient u terug: duurzame materialen gaan langer mee en dat leidt tot lagere onderhoudskosten.  

Belangrijke neveneffecten zijn ook aangetoond: mensen leven gezonder in een duurzame woonomgeving en ze zijn er socialer.   

Kortom: het is op de lange termijn goedkoper om woningen meteen duurzaam te bouwen én het is goed voor het leven van de bewoners.  

Nee, het convenant is een afspraak die we in vertrouwen met elkaar willen maken. Omdat we geloven dat we de toekomst van Nederland verder helpen door vanaf vandaag duurzaam of duurzamer te bouwen. U spreekt met uw handtekening de intentie uit dat uw organisatie de normen en standaarden die toekomstbestendigbouwen.nl aanbiedt, gaat gebruiken. Ook staat u open voor inzicht in uw projecten en advies. Dat alles omdat u ook ziet dat duurzaam bouwen de toekomst heeft.  

Het convenant is een signaal naar het ministerie BZK dat provincies, gemeenten en partijen uit de markt zoals ontwikkelaars, bouwbedrijven en  ontwerpers bereid zijn om duurzaam bouwen naar een hoger niveau te tillen. Daarbij zorgt schaalvergroting voor een gelijker speelveld. Omdat deze organisaties met elkaar kennis delen kan duurzame woningbouw sneller en goedkoper ontwikkeld worden. Het ministerie van BZK heeft aangegeven het convenant te ondersteunen. Gesprekken over eventuele verdere samenwerking lopen nog. 

De afspraken uit het convenant legt u vast zoals dat past bij de situatie in uw organisatie. Afspraken die u al heeft gemaakt met partijen, blijven bestaan. Daarnaast legt u de ambities uit het convenant juridisch vast in bijvoorbeeld beleid of ondernemingsplannen. Mensen van Toekomstbestendig Bouwen kunnen u daarbij helpen, zodat de juridische verankering zo min mogelijk voor de rekening van de ambtelijke capaciteit komt. 

Elke organisatie ondertekent een fysiek contract. In september 2022 hebben de eerste 87 organisaties zich officieel achter het convenant geschaard. Organisaties die nu aansluiten kunnen een contract toegestuurd krijgen, ondertekenen en per mail terug sturen. Er komt in 2023 mogelijk nóg een groot tekenmoment. Neem contact met ons op als u hier meer over wilt weten.

U kunt van ons een concept Voordracht voor Besluitvorming College krijgen. Deze is ook als basis te gebruiken voor een bestuur van een andere type organisatie.

Toekomstbestendig Bouwen helpt u bij het vastleggen van de afspraken in juridisch beleid. Daarnaast monitoren we de realisatie van het beleid in het leertraject dat u aangeboden krijgt door ons. Ook bieden we een projectevaluatie aan.

U kunt contact met ons opnemen. Onder andere Marrit van der Schaar en Sofie van den Nieuwenhof staan u graag te woord voor organisaties uit de provincies Utrecht, Flevoland en Zuid-Holland. Stan van den Berg beantwoordt graag uw vragen als het gaat om de provincie Noord-Holland.  

Vanuit het convenant is een leertraject opgezet dat bestaat uit de volgende onderdelen: kennis en toepasbaarheid, monitoring en evaluatie, inspireren en leren en communiceren. Als deelnemer van het convenant kunt u hier gebruik van maken. Meer informatie kunt u vinden op deze website en u krijgt ook per mail informatie als u hebt aangegeven mee te tekenen. Krijgt u deze informatie niet, neem dan contact met ons op.

Het convenant bevat een pakket publiek-private afspraken met meetbare ondergrenzen op het gebied van energie, circulariteit, klimaatadaptatie , natuurinclusief bouwen, duurzame mobiliteit en gezondheid. Doelgroep zijn de partners in de bouwketen: Rijk, gemeenten, provincies, bouwers, ontwikkelaars, corporaties, waterschappen, maatschappelijke- en brancheorganisaties. Met het convenant wordt een gelijk speelveld gecreëerd voor marktpartijen waardoor er toekomstbestendig, kwalitatief hoogwaardig én goedkoper gebouwd kan worden; hierbij wordt uitgegaan van een set indicatoren die toegepast kan worden voor alle projecten (binnen de gemeenten) in uw provincie.  

Het convenant bevat drie verschillende bovenwettelijke ambitieniveaus: brons, zilver en goud. Brons zit dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar bovenuit en goud is echt een koplopers-ambitie. Bij ondertekening van het convenant, tekent een partij automatisch voor brons, waarbij maatwerk mogelijk is (‘pas toe of leg uit’-principe). Uiteindelijk bepaalt elke ondertekenaar zelf welk ambitieniveau er wordt gekozen, waarbij brons de standaard is.  
Uitgangspunt voor het convenant zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, circulariteit en de energietransitie. Het convenant verwijst daarnaast naar initiatieven zoals de ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen’, ‘Samen versnellen naar het nieuwe normaal’ en de ‘Citydeal Circulair en Conceptueel bouwen’.  

We zitten in een transitie naar duurzamer bouwen. Hierin moeten we elkaar op meerdere thema’s blijven vinden, zodat het werkbaar blijft om nieuwe woningen te maken en tegelijk te werken aan de klimaatdoelstellingen. Waar mogelijk zijn voor dit convenant bestaande netwerken en initiatieven gebruikt om een zo breed mogelijke groep publieke en private partijen te laten aansluiten bij het convenant. Daarmee proberen we eenduidigheid in taal en indicatoren te bereiken. 

De afspraken over duurzame woningbouw wordt aangesloten op het beleid van andere overheden en relevante inhoudelijke trajecten. Denk aan Cirkelstad met ‘Samen versnellen’, ‘Groen Groeit Mee’, op weg naar ‘Het nieuwe normaal’ en de ‘City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen’. Daarnaast is er goed contact met de Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU). De NMU heeft een handboek samengesteld ‘Bouwen voor de Toekomst’ waarin handvatten staan om ook de indicatoren van het convenant in de praktijk toe te passen. De Regionale Ontwikkelings Maatschappij (ROM) is ook betrokken bij het opstellen en implementeren van het convenant. 

De MRA en provincie Utrecht werkten begin 2022 tegelijk aan vergelijkbare convenanten. Toen dat duidelijk werd, is de samenwerking tussen de regio’s actief opgezocht. In de provincie Utrecht en de MRA vindt namelijk 30% van de nieuwbouw van Nederland plaats, dus de samenwerking zou het draagvlak en de uniformiteit alleen maar vergroten. Er zijn kleine regionale verschillen die vanwege het voortraject en het draagvlak dat daarmee opgebouwd was in deze versies nog terug te vinden zijn. In de versie van 2023 worden de twee convenanten samengevoegd tot één convenant.  

Het blijft niet bij deze twee regio’s. Inmiddels zijn de provincies Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland en verschillende gemeenten ook betrokken bij het convenant. Daarnaast er is interesse vanuit andere regio’s, zoals Noord-Brabant en Drenthe om aan te sluiten. 

De eerste twee convenanten:

Convenant Duurzame Woningbouw | provincie Utrecht

Convenant Toekomstbestendige Woningbouw | MRA

Van deze twee convenanten is begin 2023 een overkoepelend convenant gemaakt, die staat op de pagina Meedoen. Later in 2023 komt er een update van dit ‘neutrale’ convenant.

Er wordt nu heel veel gebouwd. We zouden een hoop kansen missen als we nu geen afspraken maken over de prestatie-eisen. Met de afspraken worden dus veel meer gebieden toekomstbestendiger (opschaling). Voor de marktpartijen geldt dat hoe gelijker het speelveld is (ofwel hoe meer partijen de afspraken onderschrijven), hoe meer generieke oplossingen er kunnen worden ontwikkeld en hoe minder tijd er nodig is voor specifieke oplossingen en processen voor een specifieke locatie. Het betekent meer innovatiekracht (meer bouwvolume met dezelfde randvoorwaarden). Daarnaast betekent het dat we dezelfde taal spreken en het proces tot daadwerkelijke ontwikkeling kunnen verkorten. Gesteggel over de ambitie wordt hiermee vermeden. Kortom: sneller, goedkoper en duurzamer bouwen. 

Het risico om aanpassingen over duurzame woningbouw van woningen niet vanaf het begin mee te nemen in gebiedsontwikkeling, leidt tot hogere (maatschappelijke) kosten in de toekomst. Dit kunnen bijvoorbeeld kosten zijn van schade bij extreem weer, maar ook de grote herinvesteringskosten later om een gebied toekomstbestendig te maken. Deze kosten zijn op dat moment hoger dan de meerkosten die gemaakt worden wanneer bij nieuwbouw duurzaamheid meteen wordt meegenomen. Deze hogere herinvesteringskosten zullen dan waarschijnlijk door het publieke domein moeten worden gedragen. 

De afspraken en ambitieniveaus zijn aanpasbaar; de uitvoering in de praktijk levert in de (nabije) toekomst nieuwe inzichten op. Mogelijk zorgt dat voor aanscherping of verandering van de afspraken en/of ambitieniveaus. Er kan worden geanticipeerd op nieuwe wetenschappelijke feiten en technologische ontwikkelingen. De afspraken, ambitieniveaus en indicatoren worden jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangepast. 

Duurzame woningbouw valt onder twee beleidsdomeinen: Duurzaamheid en Wonen. Het initiatief voor duurzaam bouwen komt vaak bij Duurzaamheid vandaan, daarna moet Wonen ermee aan de slag.
Het bouwen van woningen gebeurt vanuit de afdeling Wonen en Ruimtelijk domein. Het is belangrijk dat de uitvoering in lijn is met het beleid dat gevormd wordt door de afdeling Duurzaamheid.
De verantwoordelijk voor het duurzaam bouwen valt uiteindelijk onder het domein Wonen, daar vindt immers de uitvoering plaats. Het is dan ook logisch dat de wethouder Wonen het convenant tekent. Als hij niet kan, kan degene met duurzaamheid in de portefeuille als vervanger het convenant tekenen.

Nee, het meetekenen van het convenant is gratis. Wat we wel vragen van ondertekenaars is het delen van informatie en kennis gedurende het leertraject. Denk aan het delen van goede voorbeeldprojecten, als jullie bijvoorbeeld een duurzaam project aan het ontwikkelen zijn, of gerealiseerd hebben zouden we hierover bijvoorbeeld informatie willen verstrekken aan andere partijen. Dit geldt dan natuurlijk ook andersom.

We zijn ons ervan bewust dat dit kennis en tijd vraagt, maar je krijgt daar uiteraard ook weer informatie en hulp voor terug. Op deze manier willen we het voor alle partijen toegankelijk en aantrekkelijk maken om mee te doen in onze duurzame missie naar een toekomstbestendige leefomgeving voor iedereen.

Ook organiseren we kennissessies waaraan je deelt kunt nemen, hieruit kunnen wij dan weer leren waaraan behoefte is in het werkveld zodat we zo goed en gericht mogelijk kunnen ondersteunen met bijvoorbeeld standaarddocumenten.

Als toekomstbestendige bouwer mag u onderstaand keurmerk gebruiken. Zo draagt u uit dat u een toekomstbestendige bouwer bent. Gebruik het logo bijvoorbeeld:

  • Op uw website
  • In uw presentaties
  • Op de bouwborden buiten

Download het logo

Problemen met downloaden? Neem contact met ons op.

We maken met elkaar afspraken over wat duurzaam en toekomstbestendig is. Hierdoor hoeft u als gemeente, woningbouwcorporatie, ontwikkelaar of andere betrokken partij niet zelf steeds het wiel opnieuw uit te vinden.

Met elkaar bouwen we een kennisplatform, met standaard documenten om bijvoorbeeld duurzaamheidseisen te kunnen opnemen in een uitvraag, of voor de onderbouwing van een subsidieaanvraag. Daarnaast bieden we vanuit dit platform kennissessies aan en geven we uw organisatie praktisch advies om u te helpen bij het uitvoeren van de afspraken uit het convenant.

Sluit u aan door het convenant ook te ondertekenen.

We werken aan één convenant voor alle provincies en aan een landelijke borging van alle ambities die we hebben uitgewerkt. Wanneer een en ander in werking treedt, wordt later bekend. Tot die tijd kunt u het convenant dat er nu ligt ondertekenen of uw interesse aan ons kenbaar maken door contact met ons op te nemen.  

Het ondertekenen van het convenant is inderdaad pas het begin van een samenwerking waarin we streven naar een duurzame toekomst. Om te meten hoe het convenant werkt, wat al makkelijk kan en welke thema’s wat lastiger zijn kunt u de projectevaluatie gebruiken. We bieden een uitgebreide evaluatie via de evaluatie van Het Nieuwe Normaal aan. Er is ook een korte evaluatie die specifiek aansluit op de indicatoren uit het convenant. Door het invullen van de projectevaluaties, leveren jullie niet alleen een essentiële bijdrage aan het kunnen verbeteren van de indicatoren, maar krijgen jullie zelf ook inzicht over zaken die goed gaan en thema’s die nog extra aandacht nodig hebben.

december 2023

De werkgroep van Toekomstbestendig Bouwen is in 2023 bezig geweest om input te verzamelen via sessies: evaluaties en nieuwe ambities voor het convenant 2.0. Dit gebeurde live en online. Via een notitie hebben we de wijzigingen uitgelegd. Helaas bleek in november 2023 de vaart van de verwerking en de totstandkoming van het nieuwe convenant voor verschillende organisaties te snel te gaan. Te veel en te grote veranderingen in een te korte (toch al drukke) tijd.

De werkgroep geeft daarom meer tijd om opmerkingen mee te geven en die weer te verwerken. Ook om hier en daar een toelichting te geven. Alsnog wil de werkgroep begin 2024 de definitieve versie opmaken.

Het convenant groeit mee met de mogelijkheden die er zijn. Waarom is een update nodig? We hebben bij de eerste versie aangegeven dat er nog een aantal dingen ontbraken, zoals de aansluiting op Het Nieuwe Normaal, de gezonde leefomgeving en drinkwater. Dat staat er nu goed in.

In deze extra tijd wegen we de aanpassingen die gevoelig liggen nog eens af. Sommige waarden zullen we nog steeds opnemen, omdat de verwachting is dat we daar op korte termijn vanuit EU richtlijnen over krijgen of zelf een probleem mee krijgen (zoals met drinkwater). Er zijn ook partijen die vinden dat de indicatoren nog steeds niet ver genoeg gaan. We zoeken steeds naar een balans.

Met deze versie verwachten we voorlopig geen (grote) wijzigingen meer door te hoeven voeren. Tenzij nieuwe inzichten of andere wet- en regelgeving daar wel om vraagt.

We hebben ervoor gekozen om het niveau niet bekend te maken. Het belangrijkste is dát er wordt getekend. Dat opent het gesprek om te werken aan de indicatoren. Niet elke organisatie is nog toe aan het hoogste niveau. En het convenant ontwikkelt. Dus wat nu ‘goud’ is, is in volgende versies bijvoorbeeld ‘zilver’ of ‘brons’. Zo groeit iedereen mee.

Welke organisaties hebben getekend is wel bekend. U kunt dus altijd een organisatie zelf vragen welk niveau ze hebben getekend. Nogmaals: het belangrijkste vinden we dat organisaties meetekenen en meedoen met de ambities!

Partners hebben bij de ondertekening ook ingestemd met de doorontwikkeling van het convenant. Regelmatig zal er een aanscherping/upgrade zijn. De eerste is in 2024. De aanscherping groeit mee met de nieuwe wensen en mogelijkheden in de markt. Daarmee blijft het convenant actueel en zorgt het convenant ervoor dat het toewerken naar de klimaatdoelstellingen mogelijk blijft, het uiteindelijke doel. Het is aan elke organisatie zelf om daarbij ook het nieuwe convenant weer intern te borgen en extern te gebruiken. Daarvoor is de deelname aan events en andere kennissessies een belangrijk middel.

De provincie Utrecht werkte begin 2022 aan een convenant voor Toekomstbestendige woningbouw. Dit convenant is in september 2022 ondertekend door partijen uit de provincie.

Toen was al duidelijk dat de MRA (Metropoolregio Amsterdam) met een vergelijkbaar convenant bezig was. Daarom werd de samenwerking tussen de regio’s actief opgezocht. In de provincie Utrecht en de MRA vindt namelijk 30% van de nieuwbouw van Nederland plaats, dus de samenwerking zou het draagvlak en de uniformiteit alleen maar vergroten. Er zijn kleine regionale verschillen die vanwege het voortraject en het draagvlak dat daarmee opgebouwd was in deze versies nog terug te vinden zijn. In de versie van 2023 worden de twee convenanten samengevoegd tot één convenant.  

Het blijft niet bij deze twee regio’s. Inmiddels zijn de provincies Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland en verschillende gemeenten ook betrokken bij het convenant. Daarnaast er is interesse vanuit andere regio’s, zoals Noord-Brabant en Drenthe om aan te sluiten. 

Het convenant van de MRA uit 2022 lees je hier: Convenant Toekomstbestendige Woningbouw | MRA

Van deze twee convenanten is begin 2023 een overkoepelend convenant gemaakt, die staat op de pagina Meedoen. Later in 2024 komt er een update van dit ‘neutrale’ convenant.

De Metropoolregio Amsterdam (MRA) werkte begin 2022 aan een convenant voor Toekomstbestendige woningbouw. Dit convenant is in september 2022 ondertekend door partijen uit de metropoolregio.

Toen was al duidelijk dat de Provincie Utrecht met een vergelijkbaar convenant bezig was. Daarom werd de samenwerking tussen de regio’s actief opgezocht. In de provincie Utrecht en de MRA vindt namelijk 30% van de nieuwbouw van Nederland plaats, dus de samenwerking zou het draagvlak en de uniformiteit alleen maar vergroten. Er zijn kleine regionale verschillen die vanwege het voortraject en het draagvlak dat daarmee opgebouwd was in deze versies nog terug te vinden zijn. In de versie van 2023 worden de twee convenanten samengevoegd tot één convenant.  

Het blijft niet bij deze twee regio’s. Inmiddels zijn de provincies Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland en verschillende gemeenten ook betrokken bij het convenant. Daarnaast er is interesse vanuit andere regio’s, zoals Noord-Brabant en Drenthe om aan te sluiten. 

Het convenant van de MRA uit 2022 lees je hier: Convenant Duurzame Woningbouw | provincie Utrecht

Van deze twee convenanten is begin 2023 een overkoepelend convenant gemaakt, die staat op de pagina Meedoen. Later in 2024 komt er een update van dit ‘neutrale’ convenant.

Met Toekomstbestendig Bouwen investeer je in je organisatie, zodat je om kunt gaan met alle veranderingen die de toekomst gaat brengen in bouwend Nederland. Die veranderingen zijn groot: verduurzaming, milieu-eisen, maar ook een grote bouwopgave. Met toekomstbestendig bouwen ben je klaar voor de toekomst omdat je voorbereid bent op ontwikkelingen en voorop loopt in de veranderingen.

Door samen te investeren in een toekomstbestendige aanpak in de bouw, kunnen we efficiënt en gelijkwaardig samenwerken. Hierdoor kunnen we versnellen in de woningbouw, wat hard nodig is, én voldoen aan de duurzame normen van de toekomst. Bovendien kunnen we samenwerken aan kwalitatieve nieuwbouw, waar mensen in een gezonde omgeving kunnen leven, met lage lasten.

Met het convenant bereiden we ons samen voor op de toekomstige regelgeving in Nederland en Europa. Toekomstbestendige beleidsvoering dus!

Bij het ontwikkelen van toekomstbestendige woningen staat duurzaamheid centraal. Niet alleen dat de woning jaren meekan, maar ook dat de eisen aan de woning in lijn zijn met wat we in de toekomst van woningen verwachten. We willen ook dat de woning bijdraagt aan het behoud van de leefbaarheid van onze planeet.

Het convenant Toekomstbestendig Bouwen streeft naar de bouw van betaalbare toekomstbestendige woningen en het ontwikkelen van efficiënte en slimme manieren om zo duurzaam mogelijke resultaten te bereiken.

Zes speerpunten

  • Daarom zoeken we betaalbare mogelijkheden om nieuwe woningen circulair te bouwen: materialen die gebruikt worden, zijn hergebruikt en/of kunnen hergebruikt worden.
  • De woningen worden beoordeeld op natuurinclusiviteit en biodiversiteit: de (bouw van de) woning draagt bij aan het behoud van de natuur en verbetert mogelijk de diversiteit zelfs.
  • We hebben te maken met een verandering van het klimaat. Nieuwe woningen zijn bestand tegen hevige regenval, droogte en extreme temperaturen.
  • Voor het behoud van de leefbaarheid van de aarde, moeten we overstappen op duurzamere energiebronnen. Nieuwe woningen zijn zo energiezuinig mogelijk en maken gebruik van zoveel mogelijk duurzame energiebronnen, zoals een warmtepomp en zonnepanelen.
  • Bij de bouw van de woning is onderzocht hoe de bewoners ruim toegang kunnen hebben tot duurzame mobiliteit, zoals goede OV-verbindingen en fietspaden.
  • Tot slot levert een toekomstbestendige woning de bewoner zelf direct iets heel belangrijks op: een gezonde leefomgeving. Er is gekeken naar een gunstige beïnvloeding van de luchtkwaliteit, geluidshinder, sociale cohesie en een groene omgeving. Dit bevordert zowel de fysieke als mentale gezondheid van de bewoners.

We weten dat hoe we tot nu toe bouwden, in de toekomst niet meer mogelijk is. Grondstoffen raken op, energie moet uit duurzamere bronnen gehaald worden en een gezonde leefomgeving is niet meer vanzelfsprekend, daar moet je als bouwer actief iets voor doen.

Het convenant Toekomstbestendig Bouwen streeft naar de bouw van betaalbare toekomstbestendige woningen en het ontwikkelen van efficiënte en slimme manieren om zo duurzaam mogelijke resultaten te bereiken.

In de toekomst zal woningbouw draaien om de vraag hoe de kwaliteit is op de volgende punten:

  • Circulaire bouw: hergebruik van materialen
  • Natuurinclusiviteit: behoud van de natuur en mogelijk zelfs verbetering van de biodiversiteit
  • Energie: zuinig en gebruikmakend van duurzame energiebronnen
  • Klimaatadaptatie: in welke mate is de woning bestand tegen extreme temperaturen, droogte en hevige regenval
  • Duurzame mobiliteit: is de omgeving zo ingericht dat bewoners eenvoudig gebruik kunnen maken van duurzame vervoersopties als OV en fietsen
  • Gezonde leefomgeving: staat de woning in een gezonde leefomgeving en is de luchtkwaliteit in de woning ook gezond te houden?